Hoe ‘passend’ moet het onderwijs worden?

Het is eigenlijk een keuze die je als leerkracht niet wil hoeven maken: kiezen tussen het belang van de groep of het belang van een enkele (zorg)leerling. Toch kun je in de praktijk wel eens bewust of onbewust tegen zo’n situatie aan lopen. Een artikel dat afgelopen zaterdag in The Guardian verscheen, zette me aan het denken.

Passend onderwijs1Bron afbeelding

In eerste instantie wil je natuurlijk proberen om alle leerlingen in je klas zo goed mogelijk te helpen. Daarvoor zet je misschien wel verschillende instructiegroepen in of geef je sommige leerlingen een extra individuele instructie. Maar stel nu dat je op het punt komt dat een leerling zulke specifieke onderwijsbehoeften heeft dat jij die als docent niet meer waar kan maken? Of als een leerling vanwege zijn stoornis andere kinderen zodanig hindert dat ze niet meer tot werken komen? Op zo’n moment moet er logischerwijs naar een andere oplossing gezocht worden, maar dat is niet altijd even makkelijk.

Inclusie als oplossing
Ook tijdens mijn Italië-reis van een maand geleden heb ik af en toe vol verbazing gekeken naar de leerlingen die daar in het reguliere onderwijs meedraaiden. De leerling die me in dit opzicht het meest bijgebleven is, was een jongetje dat vanwege zijn stoornis constant geluiden maakte. Soms was het geluid alleen zachtjes aanwezig, soms schreeuwde hij door de klas heen. Toch keken de leerlingen niet op of om, terwijl ik beslist niet geconcentreerd had kunnen werken in een dergelijke omgeving. Het is maar net wat je gewend bent, zal ik maar zeggen…

In zulke gevallen moeten de docent, de school en de ouders goed nadenken over wat het beste is voor de leerling in kwestie, maar ook voor de rest van de kinderen uit de klas. Het gevaar is natuurlijk dat je juist deze groep die ‘toch wel mee kan komen’ op den duur over het hoofd gaat zien. In zulke gevallen is de inclusie in mijn ogen te ver doorgeschoten en kan het een serieuze belemmerende factor gaan worden voor de rest van de kinderen.

Het kind als unieke individu
Ik weet dat ik het al vaker gezegd heb (het zal mijn innerlijke Montessoriaan wel zijn), maar het blijft in mijn optiek enorm belangrijk om kinderen als individu te zien en om ze als individu te behandelen. Ieder obstakel in de weg naar goed leren, vraagt om een individuele oplossing. Juist dat is wat we als docent niet uit het oog moeten verliezen.

Als docent ben je eigenlijk constant bezig het wiel opnieuw uit te vinden. Wat bij het ene kind geweldig werkte, hoeft dat niet altijd bij een ander kind ook te doen. Zolang we er als docenten voor zorgen dat we nieuwsgierig blijven en bij blijven leren zijn we al een heel eind. Maar te ver doorschieten in de inclusie in de klas of op school, daar doe je niemand een plezier mee.

Denk jij dat ‘te passend’ onderwijs bestaat? Laat hieronder je reactie achter!

Knutselen met thema lente: vlinders vouwen

Schreef ik afgelopen weekend nog over al die regen, schijnt de zon vandaag weer volop! Met dat lekkere lenteweer kreeg ik meteen weer zin om een leuke knutselopdracht in elkaar te zetten. Het zijn vlindertjes geworden: super gezellig voor het opleuken van je lokaal! En het mooiste is nog dat je ze zo in elkaar kunt zetten. Hieronder laat ik je stap-voor-stap zien hoe je te werk moet gaan.

Vlinders vouwen www.juflisanne.com

Dit heb je nodig:
– 2 velletjes vouwpapier
– Chenilledraad (tip: ze verkopen het nu heel goedkoop bij de Action!)

Vlinder vouwen via www.juflisanne.com

Zo maak je het:
Vouw eerst een driehoek van je blaadje. Vanuit deze driehoek ga je zigzaggend het papier opvouwen, zodat je uiteindelijk een papier hebt dat volledig uit zigzagjes bestaat. Met het andere velletje papier doe je precies hetzelfde. Leg de velletjes papier op elkaar en maak in het midden het chenilledraad vast. Trek nu voorzichtig de vleugeltjes open en buig het chenilledraad in vorm. Klaar is je vlinder!

Passend Onderwijs: de verantwoordelijkheden die we als maatschappij moeten nemen

De afgelopen dagen ben ik met Leraren met lef in Italië geweest om er het passend onderwijs te onderzoeken. De verschillen tussen onze landen en schoolsystemen zijn groot. Toch hebben we hetzelfde uitgangspunt: onze leerlingen iets bijbrengen waar ze hun leven lang iets aan hebben. In het verlengde daarvan werd goed zichtbaar dat het passend onderwijs in Italië iets is wat een leven lang geldt, iets wat je meeneemt de maatschappij in. Juist op dat punt denk ik dat we in Nederland nog veel winst kunnen behalen.  Waar echt op gehamerd werd is dat de inclusie niet alleen op school plaatsvindt. Sociale inclusie, oftewel erbij horen in de maatschappij, wordt in Italië minstens zo belangrijk gevonden. Zoals een docent me van de week vertelde: “inclusie is de verantwoordelijkheid van ieder van ons”. Juist dat is wat het Italiaanse systeem naar mijn idee tekent, want iedereen voelt zich verantwoordelijk voor het laten slagen en het creëren van kansen voor de special needs leerlingen.

Normalisatie en bewustwording

Zoals ik gisteren al schreef, is het inclusief onderwijs in Italië gestart doordat de overheid een aantal jaar terug een nieuwe wet in het leven geroepen heeft. Door die wet werd het verplicht om iedereen gelijk te behandelen en ook om iedereen dus een gelijk recht op scholing te geven. Het gevolg hiervan is tweeledig: aan de ene kant worden kinderen of mensen met handicaps steeds meer als vanzelfsprekend gezien. Wanneer mensen in de klas zitten met een special needs leerling, zullen ze later in hun leven misschien een beter beeld hebben van wat er met die persoon aan de hand is en wat er daarom wel of niet kan. Juist als mensen deze kennis krijgen, kan er continuïteit van de inclusie ontstaan. Zo voorkom je dat de kinderen na hun schoolperiode er plotseling toch niet meer bij horen.

Een dubbele boodschap

Hoewel de Italianen in ieder geval qua ideeën op dit gebied al op ons voorlopen, loopt de praktijk soms wat anders. Leerlingen die niet in staat zijn om het gewone schoolprogramma te volgen kunnen namelijk wel een soort diploma krijgen, maar de waarde daarvan hangt wel erg af van de ernst van de handicap waar de leerling mee te maken heeft. Hierdoor kon ik me af en toe niet helemaal aan het beeld onttrekken dat het naar school gaan voor sommige ernstig gehandicapte leerlingen echt meer een soort vorm van dagbesteding is. Daarom zie ik ook voor de Italianen nog punten waarop winst behaald kan worden, zodat ook de leerlingen met ernstige problematieken bij de maatschappij blijven horen na hun afstuderen.

Een punt waarvan ik wel denk dat we het echt mee kunnen nemen is dat men in Italië zich er op bij neer durft te leggen als een bepaald leerling niet alle vakken kan halen. Naar mijn idee is dit in Nederland een stuk lastiger te regelen. In Italië is dit opgelost door leerlingen certificaten of aangepaste diploma’s mee te geven. De certificaten zijn gericht op toekomstige beroepen, bijvoorbeeld het bakkersvak of werk als tuinier. Met de diploma’s daarentegen studeren de leerlingen echt af zoals hun klasgenoten ook doen, maar soms wel op een ander niveau. Kinderen die een diploma kunnen krijgen hebben een hogere kans op een baan dan leerlingen die alleen certificaten bezitten, vooral omdat ze breder inzetbaar zijn. Ik heb niet voldoende kennis om dit met de Nederlandse situatie te vergelijken, maar ik heb het idee dat dit bij ons anders geregeld is. Iemand die hier meer van weet? 

Inmiddels zijn we weer terug in Nederland en sluit ik dus mijn reisverslagen af. Toch is dit geen definitief einde aan de Italiaanse invloeden hier, want ik heb zoveel inspiratie opgedaan dat je er vast nog wel dingetjes van terug zult zien de komende tijd hier op de site. Ik kijk terug op een heel erg geslaagde reis!

Tutti a scuola: het Italiaanse systeem van inclusie

Na twee dagen in Italië heb ik inmiddels een mooi inkijkje in het onderwijs gekregen. Ik vind het mooi om te merken dat ik het Italiaanse schoolsysteem wat meer door begin te krijgen. Daarmee is nu ook het moment aangebroken voor kritische reflectie: werken die mooie verhalen die ik gehoord heb ook écht in de praktijk? Zijn er paralellen met hoe we het in Nederland aanpakken? En verschillen de scholen in de regio nog van elkaar wat aanpak betreft? Ook via Facebook en Twitter kreeg ik de afgelopen dagen veel vragen en opmerkingen vanuit Nederland. Ik vind het super leuk dat jullie zo betrokken zijn, dus blijf vooral doorvragen!

Inmiddels ben ik erachter dat het Italiaanse onderwijs op een aantal fronten helemaal niet zo veel verschilt van het Nederlandse, maar dat het op net zoveel punten ook weer totaal anders is. Wat mij misschien nog wel het meest opvalt is de verzorgende en liefdevolle manier waarop docenten met hun leerlingen omgaan. Haast alsof het hun eigen kinderen zijn. Met name de docenten die de special needs leerlingen in de klas begeleiden hebben absoluut engelengeduld: stel je eens voor dat je dag in dag uit telkens hetzelfde kind met autisme, ADHD, scoliose, een spraaktaalstoornis en een ontwikkelingsachterstand moet begeleiden (niet overdreven overigens, deze leerling bestaat echt en had alle hierboven genoemde stoornissen en achterstanden)…

 Het onderwijssysteem: een korte schets

Om een beetje te snappen van de organisatie van de Italiaanse scholen moet je de geschiedenis van het systeem een beetje kennen. Die begint ongeveer bij het invoeren van artikel 104, dat de maximale autonomie van ieder kind onderstreept. Ieder kind, dus ook de kinderen met een achterstand, moesten vanwege dit artikel dezelfde kansen krijgen. Hiermee begon de inclusie in het onderwijs echt vorm aan te nemen. 

Om een soort regelmaat in het systeem aan te brengen zijn er drie groepen van leerlingen opgesteld, die enigszins vergelijkbaar zijn met onze clusters. De eerste groep leerlingen bestaat uit kinderen met lichamelijke handicaps, de tweede groep bevat vooral leerlingen met leerstoornissen en de laatste groep kinderen hebben sociale problemen of stoornissen. Al deze kinderen hebben recht op extra ondersteuning door een gespecialiseerde leerkracht.

 Een gemiddelde klas

Gisteren schreef ik al over mijn eerste bezoek aan een school hier in de regio. Vandaag ben ik bij een andere school op bezoek geweest die een doorlopende leerlijn aan wil bieden aan leerlingen van ongeveer drie tot negentien jaar oud. Waar ik gisteren alleen maar erg kleine klassen gezien heb, waren ze op deze school qua leerlingenaantal meer zoals wij in Nederland gewend zijn. De directrice zei daarover dat ze scholen met kleine klassen maar ‘ouderwets’ vond. Of dat was omdat ze een klein beetje jaloers van ons verhaal werd of omdat dat echt is hoe men hier denkt werd niet helemaal duidelijk…

Schooldagen duren op de meeste scholen van 8:30 tot ongeveer 14:00 uur, maar er zijn ook scholen die tot een uur of vijf doorgaan. Hier zijn de kinderen tussen de middag niet vrij en krijgen ze na school een soort bredeschoolaanbod met keuze uit muzieklessen, dansclubjes en andere bezigheden. Omdat de lesdagen hierdoor wel erg kort zijn en omdat we gehoord hebben dat docenten maar voor één werkgever mogen werken, vraag ik me af wat de docenten na school doen en in hoeverre ze bijvoorbeeld het voorbereiden van lessen uitbetaald krijgen. Morgen horen we hier meer over, omdat er dan een gastspreker is die daar meer over kan vertellen.

Individuele begeleiding

Op de school waar we gisteren waren speelden de leerlingen een grote rol in de ondersteuning, maar vandaag zag ik dat minder terug. Er was op deze school vooral sprake van ondersteuning door professionals. Hier zijn dat geen onderwijsassistenten, maar personen die een opleiding hebben gevolgd aan de universiteit. Hierdoor hebben ze heel specifieke kennis over bijvoorbeeld taalstoornissen, bepaalde lichamelijke handicaps of ontwikkelingsachterstanden. De groepsleerkrachten zijn daarentegen niet universitair geschoold, hun studie lijkt gelijk te staan aan wat we in Nederland het hbo noemen. 

Het geschetste begeleidingssysteem heeft zowel voor- als nadelen. Enerzijds zijn de mensen die de special needs kinderen helpen heel gespecialiseerd, anderzijds werd in sommige klassen zichtbaar dat deze assistent soms het hele idee van inclusie een beetje teniet doet. De leerling in kwestie wordt in feite ongeveer de helft van de lestijd onderwezen door de extra leerkracht, waardoor de leerkracht die de rest van de kinderen lesgeeft maar weinig aandacht aan deze leerling schenkt. Daardoor ontstaan alsnog verschillen tussen de leerlingen. Van onze Italiaanse collega’s hebben we wel begrepen dat het eigenlijk de bedoeling was dat de extra docent de hele klas helpt, maar in de praktijk gaat dat eigenlijk niet op.

Eindtermen

Wat verder opviel is hoe er met de eindtermen van het onderwijs aan special needs leerlingen wordt omgegaan. Hier gaat dat een stuk flexibeler dan in Nederland, want leerlingen hoeven niet alles te halen om een diploma te kunnen krijgen. Vanuit de scholen krijgen ze certificaten mee, waarmee ze vervolgens aan de slag zouden kunnen gaan in het werkveld. Toch heb ik het idee dat dit in de praktijk meestal niet gebeurt en dat mensen met special needs vanaf hun negentiende een beetje aan hun lot overgelaten worden zodra ze van school af zijn. Hier horen we later vandaag meer over in de conferentie, dus ik ben erg benieuwd naar wat de Italianen hier zelf van vinden.

Vandaag is de laatste dag waarop we conferenties bezoeken, dus aan het eind van de dag of anders uiterlijk morgenochtend komt er een laatste verslag van de reis online. Zoals ik in het begin al zei: blijf vooral reageren en vragen stellen, wie weet kan ik ze nog meenemen als ik met de Italiaanse collega’s praat!

Een dagje school in Italië: studiereis passend onderwijs met Leraren met lef

“Good morning!” De kinderen uit de klas van meester Francesco krijgen net Engelse les als we het lokaal binnen komen lopen. De jongens en meisjes, allemaal keurig gekleed in schooluniform, kijken ons nieuwsgierig aan. Vandaag mogen we de hele dag rondkijken op een basisschool in Toscane. Een bijzondere kans, want hier in Italië is men al veel verder gevorderd met het vormgeven van passend onderwijs dan in Nederland. Hier op school is dat vooral merkbaar door inclusie: leerlingen die bij ons waarschijnlijk een plek in het passend onderwijs gekregen zouden hebben, zitten gewoon tussen de andere kinderen in de klas. Hier kunnen we in Nederland nog wat van leren!   

 

Meester Francesco is wat ik een ‘meester met flair’ zou noemen: hij maakt grapjes, geeft heel beeldend les en geeft zijn leerlingen razendsnelle beurten waarbinnen ze zijn vragen moeten beantwoorden. De les vindt plaats in een redelijk sober lokaal met al wat ouder meubilair. Aan de muur hangen schoolborden waar nog met krijt op geschreven wordt. Toch is het lokaal gezellig: aan de muren hangen posters en knutselwerkjes van de leerlingen. 

 In de klas zitten een aantal leerlingen met een stoornis of handicap, waaronder een meisje met het syndroom van down. Ze zit samen met een aantal andere leerlingen aan een tafelgroepje die haar maar al te graag helpen: de ene leerling helpt haar om bij de les te blijven, de andere legt de opdracht nog een keer uit en weer een andere leerling helpt door voor te doen hoe ze de tekening van het bord na kan maken. Alles verloopt heel soepel, als vanzelf haast. Bij alle handelingen die ik hierboven beschreef kwam er namelijk geen docent aan te pas. Deze zelfstandigheid wordt ook zichtbaar als de klas later een wiskundeles krijgt van een andere docent. De vrouw komt binnen, introduceert even haar opdracht aan de klas en begint dan op het bord te tekenen. Er verschijnt een vijver met eenden, gras en bloemen. Daarna begint de klas te tekenen, want alles moet worden overgenomen in het schrift. De opdracht die de leerlingen vervolgens kregen was om aan de hand van de tekening drie verschillende rekenverhaaltjes te verzinnen, samen met een bijbehorende som of rekenvraagstuk. Alle verhaaltjes en sommen werden vervolgens binnen de tafelgroepjes besproken en iedere groep mocht een verhaaltje of som selecteren die ze aan de klas wilden laten horen. Eigenlijk een ontzettend simpele opdracht, maar ik vond het wel een prachtige manier om leerlingen heel bewust te laten worden van de context van sommen. Het verhaal schrijven ze er immers zelf bij!  Wat ik verder op vond vallen was de grootte van de klassen: gemiddeld zitten er zo’n 15 kinderen in iedere klas, waarbij de docenten voor de special needs kinderen iedere week een aantal uur extra begeleiding van een speciale leerkracht in de les kunnen ‘bestellen’. Op die momenten zijn er dus twee leerkrachten tegelijk in de klas aanwezig, wat ik best luxe vind.

Een mooie afsluiter van vandaag vormden de woorden van een universitair docente uit Rome die we vandaag tijdens een congres hoorden: “Docenten moeten gaan begrijpen dat inclusie geen vaste formule is, het is een proces”. Van dat proces hebben we vandaag een klein beetje kunnen ervaren, maar ik ben erg benieuwd naar wat we morgen op de andere school die we gaan bekijken te zien krijgen.

Mijn dag bij TEDxAmsterdamED: Planting the seeds of the education (r)evolution

Ik heb gisteren zo’n onwijs gave dag gehad! Ik was uitgenodigd voor TEDxAmsterdamED, hét event voor iedereen die een flinke portie onderwijsinspiratie op wil doen. De hele dag door heb ik interessante mensen ontmoet, goede gesprekken gevoerd en -natuurlijk- ook hele mooie presentaties voorbij zien komen. Mijn camera heeft overuren gedraaid gisteren, dus ik neem je graag mee in de wereld van TED!

DSC_0048

Oké, first things first: bij de ingang kreeg ik mijn toegangspas en een goodiebag met daarin onder andere het mooie TEDx-notitieboekje wat je hierboven ziet. Op de dag zelf heb ik hem nog even dicht gelaten, want de aantekeningen die ik op conferenties maak zijn meestal niet de meest mooie. Denk aan bladzijdes vol geklieder, gekras, pijltjes, markeringen, et cetera. Om daar nou meteen mee te beginnen in een mooi nieuw notitieboek… Zonde toch? Ik bewaar m’n boekje dus nog even voor een ander moment.DSC_0001Dan nog even een ander puntje: bij TEDx weten ze wat goed eten is. We werden ontvangen met lekkere koffie en verse theetjes en alle tafels waren voorzien van deze leuke borden met mini-cupcakes. Ze zien er trouwens niet alleen mooi uit, ze smaakten ook nog eens heerlijk!

TED2Voordat je het idee krijgt dat ik de hele dag cakejes-etend heb doorgebracht, over naar de serious business! Want uiteindelijk zijn het natuurlijk wel de TED talks waar iedereen voor komt natuurlijk. Met een mooi intro op de grote schermen en een dubstep-achtig optreden werd TEDxAmsterdamED nu dan echt geopend.

We begonnen meteen goed met een ontzettend interessant verhaal van professor Yong Zhao. Hij had het over hoe we tegenwoordig met gemiddelden werken. ‘Gewone’, gemiddelde leerlingen zijn in onze ogen de norm geworden. Maar hoe kan dat? Is iedere persoon dan niet uniek? Een thema wat mij heel erg aanspreekt. Je kunt hier zijn presentatie terugkijken, een aanrader!

DSC_0009Als volgende spreker was Jaap Versfelt, initiatiefnemer van Stichting LeerKRACHT, aan de beurt. Hij zei: “The quality of a school can never be better than the quality of its teachers”. Een mooie zin om even over na te denken.

Nog zo’n TED talk die je echt terug zou moeten kijken is die van Deborah Carter. Ze had het over techniek en hoe weinig we hier eigenlijk mee doen op Nederlandse scholen. Een mooie quote: “We confuse technical skills with thinking skills”. In haar praatje legt ze haarfijn uit hoe dit in haar ogen precies zit én over het belang van het betrekken van meisjes bij techniek.

DSC_0015

Om af te sluiten stiekem toch nog even een fotootje van de onwijs lekkere en prachtige drankjes die geserveerd werden. Kijk dan! Die kleuren! Deze foto heb ik tijdens de lunchpauze gemaakt. Helaas moest vlak daarna weg om een tentamen te gaan maken, dus de rest van de talks heb ik niet meer meegemaakt. Ik heb ze vanochtend wel allemaal teruggekeken via de stream, en zou je vooral het verhaal van Lisanne Vriens aan willen raden. Deze 16-jarige scholiere legt aan de hand van een prachtige metafoor (en ik ga ‘m niet verklappen, gewoon kijken!) uit hoe ze over ons huidige schoolsysteem denkt. Een must-watch, als je het mij vraagt.

Ik vond het geweldig om bij TED aanwezig te mogen zijn. Ik heb inspirerende mensen ontmoet en interessante verhalen gehoord, dus ik ging met een goede dosis inspiratie mijn tentamen in. En weet je wat het mooiste was? Ik kon meteen refereren aan een deel van Yong Zhao’s presentatie  in één van de antwoorden op een tentamenvraag. Als dàt geen ultieme verwerking van opgedane kennis is weet ik het ook niet meer. Bedankt TEDx, hopelijk snel tot ziens!

Wil je TEDxAmsterdamED terugkijken? Zeker doen! Hier kun je het hele evenement online terugkijken.

Update: tentamens, TEDxAmsterdamED, Staat van de Leraar en studiereis Leraren met Lef

Oké, dat was volgens mij mijn langste blogpauze ooit! De inspiratie was even op, maar ik ben weer helemaal terug. Met een hele lading nieuwtjes, want ik heb een hoop leuks te melden over de komende tijd!

Juf Lisanne studieEerst maar even de reden van mijn online afwezigheid: ik heb deze week tentamens en was de afgelopen tijd druk bezig met artikelen lezen, samenvatten en het schrijven van essays. Die drie zaken gecombineerd met invalwerk, het schrijven voor de Staat van de Leraar en mijn andere drie baantjes maakte dat ik de afgelopen tijd even de site op een lager pitje gezet heb. Maar ik ben er weer!

TEDxAmsterdamED
Laten we beginnen met iets waar ik echt héél blij van werd: ik mag aanwezig zijn bij TEDxAmsterdamED! Als je TED niet kent, zul je je misschien afvragen wat je met ‘aanwezig mogen zijn’ bedoel. Het zit zo: bij iedere TED-meeting wil de organisatie een zo divers mogelijk publiek hebben. Daarom moet je als het ware ‘solliciteren’ op een plekje bij één van de bijeenkomsten. Vorige week ontving ik het mailtje dat ik uitgenodigd ben, onwijs leuk! Mocht je nou geen uitnodiging hebben ontvangen of ben je benieuwd naar de verschillende sprekers? Hier kun je donderdag 26 maart live meekijken. Ik ga op de dag zelf natuurlijk ook vloggen (video-bloggen) en ga proberen om het filmpje vrijdag of zaterdag online te zetten. Oh, en in de tussentijd ga ik ook nog ‘even’ een tentamen maken. Want dat valt op dezelfde dag.

Leraren met Lef studiereis
Meer leuks: ik ga binnenkort op reis! Naar Italië om precies te zijn. Vanuit mijn deelname aan het honourstraject Onderwijs en Opvoeding mag ik mee op een studiereis van Leraren met Lef. We gaan in Italië kijken naar hoe het passend onderwijs daar geregeld wordt, volgens mij is dat iets waar ik ontzettend veel van kan leren! Uiteraard gaat hier ook weer de camera mee, dus ik ga proberen om een mooi foto- en/of videoverslagje voor jullie te maken. Kennis moet gedeeld worden, nietwaar?

Staat van de Leraar
Na heel veel uren literatuur doorspitten, vergaderen en schrijven is De Staat van de Leraar af. Ik ben één van de auteurs van ‘De Staat’ en ben ontzettend trots op het eindresultaat! Op 15 april zal het stuk worden uitgereikt aan minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker. Het leuke is dat jij daar als docent ook bij aanwezig kunt zijn. Je kunt je hier aanmelden. Wees wel snel, want er zijn maar 100 plaatsen beschikbaar!

Hoe je in 2 weken het onderwijs op zijn grondvesten kunt laten schudden: Ceci n’est pas une université

Gisteren liep ik op het Roeterseiland langs een beklad gebouw. ‘Ceci n’est pas une univesité’, stond er in grote letters op te lezen. Een daad van één van UvA’s ‘competente rebellen’ (hoe vaak heb ik die term nu al gehoord deze week?) van de zelfbenoemde Nieuwe Universiteit? Geen idee. Maar het geeft in mijn ogen wel iets belangrijks aan. Het biedt stof tot nadenken; zowel voor studenten, docenten als voor andere mensen die bij het onderwijs betrokken zijn. Is onze huidige vorm van onderwijs nog wel de juiste?

IMG_2131De ‘democratische lente’ van het onderwijs
In een tijd waarin het onderwijs constant in het nieuws is, positief danwel negatief, valt het te verwachten dat niet alleen docenten, maar ook hun studenten van zich laten horen. Dat is nu, met de bezettingen van het Bungehuis en het Maagdenhuis gebeurd. De ‘democratische lente’ van het onderwijs is begonnen.

Of je je nu in de ideeën van de demonstrerende studenten kunt vinden of niet, het is wel duidelijk dat er iets in ons onderwijs moet veranderen. Dat is namelijk fabrieksmatig geworden. We zijn vergeten dat werken in het onderwijs betekent dat je met mensen werkt. Binnen je opleiding volg je allemaal dezelfde vakken, je maakt dezelfde tentamens en uiteindelijk haal je allemaal hetzelfde diploma. Dat is zonde. Waar is de ruimte voor eigenheid gebleven?

Het ontsteken van een vuur in je leerlingen
Dat fabrieksmatige deed me denken aan een passage uit Het prachtige risico van onderwijs van Gert Biesta: “Het gaat in het onderwijs niet om het vullen van een emmer, maar om het aansteken van een vuur”. Ik denk dat de meeste docenten zich hier zeker in kunnen vinden. Je geeft toch geen les alleen maar omdat je leerlingen dan de door jou gemaakte toets kunnen halen?

In mijn studie ben ik op zoek naar kennis waar ik iets mee kan. Dat kan te maken hebben met het lerarenvak, maar dat zou zomaar ook wel eens een minor programmeren kunnen zijn. Mensen zijn divers, hebben verschillende interesses. Zou het niet mooi zijn als je die ook in je opleiding tot uiting zou kunnen laten komen? Daarbij heeft een dergelijk systeem ook voor de scholen die vervolgens leerkrachten aannemen positieve gevolgen: ze kunnen nu heel precies een team samenstellen dat de extra vaardigheden in huis heeft die de school kan gebruiken. Richt de school zich veel op ICT en (om er even een populaire term tegenaan te gooien) 21st century skills? Dan kan die minor programmeren wel eens interessant zijn. Scholen die bijvoorbeeld op zoek zijn naar iemand met veel kennis over taal en taalachterstanden hebben er meer baat bij om iemand aan te nemen die veel van leesstoornissen weet.

Zelf het vuur ontsteken
Oké, nu even over jou. Misschien zit je niet meer op de lerarenopleiding en sta je al jaren voor de klas. Toch betekent dat niet dat dit stuk niet ook over jou gaat. Ook docenten die aan het werk zijn willen namelijk wel eens dingen anders zien. Verandering heb je zelf in de hand. En nee, ik zeg nu niet dat je in je eentje de docentenkamer moet gaan bezetten. Wat ik wel wil zeggen is dat je je eigen interesses en vaardigheden niet moet vergeten, ook niet als je al langer voor de klas staat. Neem je eigen professionalisering in de hand, maak je collega’s enthousiast, probeer eens iets nieuws voor de klas… Kortom: blijf je bewust van het onderwijs dat je geeft en of dat nog wel bij jou en je leerlingen past.